Zoeken

Een nieuwe visie op taal en wereldoriëntatie. In vijf uitgangspunten.

De wereld als basis van je taal- en leesonderwijs: steeds meer wetenschappers, experts én leraren zijn het erover dat je op die manier het krachtigste (taal)onderwijs krijgt. Blink springt hierop in door samen met scholen een thematische aanpak te ontwikkelen waarin de vakken wereldoriëntatie en taal (inclusief lezen) zijn geïntegreerd. We vroegen taalexperts Erna van Koeven en Anneke Smits naar hun mening over de vijf uitgangspunten van deze nieuwe Blink-visie.

1. Begrip van de wereld is de basis van taal- en leesontwikkeling

Hoe meer begrip van de wereld een kind heeft, hoe meer haakjes er zijn waaraan het nieuwe kennis, vaardigheden en inzichten kan ophangen. De wereld is de motor van al het leren en in het bijzonder van taal- en leesontwikkeling.

Anneke: “Kinderen hebben diepgaande inhoud nodig om hun taal te kunnen ontwikkelen. Ze vormen zogenoemde mentale netwerken – een verweven geheel van kennis, ervaring en woordenschat – door nieuwe kennis te verwerven. Dat gebeurt door ervaringen op te doen in de echte wereld, denk bijvoorbeeld aan het bezoeken van een stad of museum. Op school is veel lezen de beste manier om ervaringen op te doen. Boeken kunnen je immers transporteren naar heel andere situaties, bijvoorbeeld situaties van vroeger, of heel ver weg. En dat is precies wat er gebeurt als je geboeid aan het lezen bent. Zo kunnen kinderen helemaal opgaan in een boek over de Tweede Wereldoorlog. Ze verplaatsen zichzelf als het ware naar die tijd en leven zich in. Als je ze dan ook een tweede boek laat lezen over die periode, en ze nóg een film laat zien, werkt dat geweldig voor hun begrips- en taalontwikkeling. Boeken geven toegang tot een veelheid van ervaringen.” 

Erna: “En wat hierbij essentieel is: je krijgt dit niet voor elkaar door losse begrippen en woordenschat te oefenen, zoals nu vaak gebeurt in het onderwijs. Die begrippen en woordjes komen wel ergens in je brein terecht, maar je kunt ze niet gebruiken, omdat ze niet goed zijn ingebed in je mentale netwerk. Om kennis te kunnen toepassen moet je er diep over nadenken, en er samen met de leraar en andere kinderen over praten en schrijven.” 

Erna: “We behandelen taal nu vaak aan de hand van arbitraire thema’s en onderwerpen. Dat is zonde. Want het vak wereldoriëntatie hééft die relevante inhoud al. Daarom zeggen wij steeds tegen leraren: gebruik toch de inhoud en de kerndoelen van wereldoriëntatie als basis voor je lees- en taalonderwijs. En kies dus vooral niet voor meer oefenen met taal en lezen ten koste van wereldoriëntatie, wat vaak gebeurt.”

2. Rijke thema’s vormen het fundament voor kennis en vaardigheden

Begrip van de wereld ontwikkel je in rijke thema’s. Betekenisvolle contexten zetten aan tot diepgaand lezen, denken, praten en schrijven. Als nieuwe kennis, woorden en vaardigheden in samenhang voorbijkomen, leidt dit tot verankering in het langetermijngeheugen. Zes tot acht weken werken binnen een thema – dat verder reikt dan een vak of een taaldomein – is bewezen effectief.

Erna: “Het is een vrij nieuw inzicht dat we niet steeds losse teksten moeten lezen over afzonderlijke onderwerpen, maar dat het veel beter is voor je lees- en taalontwikkeling als je langer – zes tot acht weken – binnen hetzelfde thema werkt. Leerlingen komen dan steeds dezelfde woorden en begrippen in verschillende betekenisvolle contexten tegen, en moeten deze op verschillende manieren gebruiken. Daardoor is de kans groter dat die woorden en begrippen in het langetermijngeheugen terechtkomen.” 

Anneke: “Bij een thema denken sommigen misschien aan iets als lente, maar dat is geen rijk thema. Een rijk thema bevat dilemma’s waarover je kunt nadenken en vragen waarop vaak geen eenduidig antwoord is.”

Erna: “Neem dan liever het thema groeien, daaraan kun je veel meer koppelen, je kunt erover in gesprek met elkaar.” 

Anneke: “Rijke thema’s bevatten meerdere perspectieven en lokken uit tot het ontwikkelen van een breed mentaal netwerk. Het gaat er bij rijke thema’s ook om dat kennis zich ontwikkelt en hoe wat we weten tot stand komt. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwe inzichten over het uiterlijk van dinosaurussen. Bij rijke thema’s bestaat er niet één simpele waarheid.” 

Erna: “Ik las laatst een artikel over een school in de Verenigde Staten die het thema Azteken had ingezet bij de kleuters. Dat is weer eens wat anders dan de lente.”  

Anneke: “Het mooie is dat je in een thematische aanpak eveneens burgerschap en digitale geletterdheid op een logische manier kunt meenemen. Met goed taalonderwijs leg je ook de basis voor digitale geletterdheid. En door het werken met een thema krijgen alle leerlingen een gemeenschappelijke taal- en kennisbasis over datzelfde thema. Dit helpt taalarme leerlingen om mee te kunnen denken, praten en schrijven en hun taal verder te ontwikkelen. Door de diepgang die ontstaat, valt er ook voor taalrijke leerlingen genoeg te leren. Langer werken aan een thema maakt dus dat iedereen zich kan ontwikkelen, zowel taalarme als taalrijke kinderen.”

3. Leren begint bij nieuwsgierigheid

Hoe meer rijke boeken je leest en hoe meer je erover nadenkt, schrijft en spreekt, hoe taalvaardiger je wordt. Belangrijk daarbij is dat je dat actief en bewust doet en niet op de automatische piloot overgaat. Het is daarom cruciaal dat de inhoud van het onderwijs de nieuwsgierigheid van leerlingen prikkelt. Zodat ze willen weten hoe iets zit of hoe iets verder gaat en daar ook met anderen over willen praten. 

Anneke: “Het is daarbij van belang hoofd- en bijzaken te onderscheiden, en niet zozeer te focussen op wat leuk is, maar juist op wat belangrijk en uitdagend is. Welk onderwerp voor discussie bied je aan? Welke vragen staan centraal? In de klankbordgroep van Blink Wereld gaven wij bijvoorbeeld feedback op een prachtig uitziend bronnenblad over de tijd van de regenten en vorsten (ook wel de Gouden Eeuw). Het blad draaide om de VOC en de WIC en de vraag waar in die tijd in Amsterdam in gehandeld werd. De grootste blikvanger op het blad waren bevermutsen. Je wilt voorkomen dat kinderen zo getriggerd worden door die bevermutsen dat dat is wat ze onthouden, en niet de essentie. Daarom pleit ik voor het aanwakkeren van nieuwsgierigheid en motivatie vanuit de kern van wat je kinderen wilt leren. 

Precies ook om die reden zijn leesboeken zo’n krachtig instrument. Het leren wordt dan niet bepaald door een beperkt aantal plaatjes, maar door een krachtig verhaal dat met rijke taal wordt verteld. Menselijke hersenen zijn bij uitstek geschikt om te leren van verhalen. Als je dan ook nog gesprekken voert over die verhalen, komen de taal- en de kennisontwikkeling samen in een stroomversnelling.”

Erna: “Je draagt zo ook bij aan kansengelijkheid. Bijna alle methodes werken met het activeren van voorkennis. Leerlingen mogen eerst vertellen wat ze al weten over een onderwerp. Zo kun je als leraar zien wat kinderen al weten en wat niet. Ik vind dat een sneu onderdeel van de les, want het zijn altijd dezelfde kinderen die aan het woord zijn en dezelfde kinderen die stil zijn. In plaats daarvan kun je ook eerst een filmpje kijken of iets voorlezen: dan kan iedereen meedoen, nieuwsgierig worden en voorkennis opbouwen.”  

Anneke: “De nieuwsgierigheid van kinderen neemt toe naarmate ze meer over een onderwerp weten. Je kunt er niet van uitgaan dat elk kind alles wil weten over de tijd van de regenten en vorsten, maar als je kinderen er boeken over voorleest en zo kennis opbouwt, prikkel je die nieuwsgierigheid.”

4. Leren doe je samen

Samen leren is een van de belangrijkste instrumenten om de lees- en taalontwikkeling te stimuleren. Kinderen die met de leraar en met elkaar praten over wat ze gelezen hebben, ontdekken dat dezelfde woorden bij iemand anders andere gedachten en associaties kunnen oproepen. Door dit te ervaren, verrijken leerlingen hun mentale netwerken en krijgt taal steeds meer betekenis.

Erna: “Het gaat hierbij niet om coöperatief leren, samenwerkend leren of om een of andere werkvorm. Het is juist van belang dat je als groep samen met de leraar leert. Het onderwijs kiest momenteel vaak voor kleine groepjes of circuits: na een korte introductie of instructie wordt snel overgegaan tot het vormen van groepjes waarin leerlingen het verder zelf mogen uitzoeken. Terwijl je gesprekken nodig hebt in de grote groep en opdrachten waarover je met elkaar gaat nadenken. De leraar kan voor verrijking zorgen, op zo’n manier dat alle kinderen ervan profiteren.”

5. De leraar heeft een sleutelrol

De leraar is dé sleutel voor effectief en relevant onderwijs. Bij taal en lezen is het cruciaal dat je als leraar kinderen aanzet tot denken. Prikkelende vragen en zinvolle interacties leiden tot dieper inzicht en begrip dan losse instructies, expliciet woordenschatonderwijs en platte invuloefeningen.  

Anneke: “Steeds opnieuw blijkt uit onderzoek over lees- en taalontwikkeling dat de leraar het verschil maakt. Bij leesonderwijs is het je belangrijkste taak als leraar om de leerlingen aan het lezen te krijgen, en ze vervolgens met prikkelende vragen en opdrachten aan te zetten tot denken, praten en schrijven. Taal- en kennisontwikkeling vragen steeds weer om het op gang brengen van betekenisvolle dialoog en interactie. 

Vakoverstijgend werken en het aanbieden van rijke taal vraagt om een verandering in je manier van denken en gedrag. Je moet andere boeken uitkiezen dan je twintig jaar lang deed, want makkelijke boeken met makkelijk taalgebruik werken niet. Zonder rijke taal kunnen kinderen geen taalontwikkeling doormaken.” 

Erna: “Scholen willen tegenwoordig graag in zes weken resultaat, maar dat gaat niet. De eerste stap is bewustwording en hierover praten in je team. Dat wat je gewend bent, bepaalt je denken en soms is het lastig om dit te veranderen.”  

Anneke: “Door de nadruk op toetsing, voelen leraren soms de druk om met toetsopgaven te oefenen. Voor begrijpend lezen werkt dat niet – niet om het begrijpend lezen te verbeteren en ook niet om de resultaten van de toets omhoog te krijgen.”

Erna: “Het vergt moed om losser van de methode te gaan werken en rijke taal in thema’s rond wereldoriëntatie aan te gaan bieden. Effectief onderwijs is geen afvinklijstje, maar een set samenhangende leerkrachtvaardigheden zoals: de vaardigheid om boeken te kiezen, boeken voor te lezen en klassikale gesprekken te voeren waarbij alle leerlingen aan bod komen.”

Anneke: “Allereerst moet je met hart en ziel goede kinderboeken gaan kiezen en voorlezen en daarover gesprekken gaan voeren met de kinderen. Binnen een jaar kun je zo het AVI-leesniveau en het niveau voor begrijpend lezen omhoog brengen, mits je hieraan goed vorm weet te geven. Begin klein en breid het dan uit. Kies goede kinderboeken bij de thema’s van wereldoriëntatie en bouw dat later uit met andere rijke teksten die passen bij die boeken en thema’s. Kijk maar wat er dan gebeurt. Wij zien scholen die verbluft zijn over de resultaten. Het kan echt een wereld van verschil opleveren. Maar je moet deze aanpak wel met enthousiasme en overtuiging volhouden.”

Ontdek de wereld.
Blink maakt gebruik van cookies

Met behulp van deze cookies kunnen we informatie verzamelen over het gebruik van de website, onder andere om deze te analyseren en te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om je buiten onze website relevante aanbiedingen te tonen. En worden er tracking cookies geplaatst door social media-netwerken. Door op 'Ok' te klikken stem je in met het plaatsen van cookies. Wil je niet alle soorten cookies toestaan, klik dan op 'Cookie instellingen aanpassen'. Meer informatie over cookies.

Wij gebruiken de volgende cookies:

We slaan je instellingen op in een cookie. Wil je later je instellingen wijzigen? Verwijder dan de cookies via je browser.

Cookie instellingen