Zo maak je curriculumbewuste keuzes (zonder het gevoel dat je tekortschiet)
De nieuwe kerndoelen bieden een grote kans om de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs te versterken. Maar kerndoelen zijn geen garantie voor hogere onderwijskwaliteit. Of die kwaliteit stijgt, hangt af van hoe doordacht scholen de kerndoelen inbedden in hun curriculum. En van hoe snel leraren zich dat eigen maken. Het sleutelwoord daarvoor is curriculumbewustzijn. Op het grote Blink onderwijscongres gaf ik schoolleiders en leraren een nieuwe mindset mee, die wellicht helpt om sneller en beter curriculumbewuste keuzes te maken.
Curriculumbewustzijn, wat is dat precies? In juli vorig jaar publiceerde de Inspectie van het Onderwijs een themaonderzoek naar curriculumbewustzijn in het primair onderwijs. Daarin omschrijft de Inspectie curriculumbewustzijn als volgt: ‘het vermogen van leraren om op basis van kennis over de leerdoelen, de samenhang en de leerlijn te komen tot een aanbod dat passend is bij de leerbehoeften van de leerlingen, waarbij ze in staat zijn om na monitoring en evaluatie beredeneerde (ontwerp)keuzes te kunnen maken in het aanbod’.
Een mooie definitie. Maar hoe krijg je dat als leraar voor elkaar?
Brede opvatting van het begrip curriculum
Wat deze al pittige opdracht voor leraren nog uitdagender maakt, is dat SLO en de Inspectie benadrukken dat scholen bij de vertaling van de nieuwe kerndoelen in hun curriculum de lat voor curriculumbewustzijn hoog moeten leggen. Daarbij moeten ze uitgaan van de brede uitleg van het begrip curriculum.
Om concreet te maken wat ze daarmee bedoelen, grijpen zowel SLO als de Inspectie terug op de beeldende uitleg van dit begrip van Van den Akker (2003). Die vergelijkt het curriculum met een spinnenweb: de visie van de school in het midden, en daarom heen staan onder meer doelen, inhoud, leeractiviteiten, de rol van de leraar, materialen, locatie, tijd en toetsing. Al deze aspecten krijgen betekenis in relatie tot elkaar op drie verschillende niveaus: macro (nationaal niveau), meso (schoolniveau) en micro (lesniveau).
En om – conform de nieuwe kerndoelen – werkelijk betekenisvol en samenhangend onderwijs te geven, moet een leraar continu op dit complete spinnenweb schakelen. Zowel bij het ontwerp van het curriculum, als tijdens het lesgeven.
“Kerndoelen zijn geen garantie voor hogere onderwijskwaliteit. Of die kwaliteit stijgt, hangt af van hoe doordacht scholen de kerndoelen inbedden in hun curriculum.”
Jorien Castelein, onderwijsontwikkelaar en oprichter van Blink
Het probleem: een overladen programma
Hoe kunnen wij deze moeilijke, maar ook zo boeiende opdracht voor leraren haalbaar en concreet helpen maken?
Op het grote Blink onderwijscongres vergeleek ik de leerervaring van kinderen en het curriculumbewustzijn van leraren met een vaas, waarin je zoveel mogelijk zand, kiezels en keien probeert te stoppen – een beeld dat velen kennen van de adviezen van Stephen Covey over timemanagement. Wie vooral bezig is met zand (vragen, berichten, en afleidingen die ongevraagd op je afkomen) en kiezels (operationele zaken), komt structureel niet toe aan de keien: wat werkelijk belangrijk is.
Het resultaat? Een overvolle vaas, een overvol programma en continu het gevoel tekort te schieten.
Hoe dan wel?
Covey’s advies: begin met de keien – wat wezenlijk belangrijk is. Organiseer je dag daaromheen. Kiezels en zand vinden daarna vanzelf hun weg. Het resultaat: een dag die voldoening geeft, omdat je doet wat ertoe doet en de dagelijkse beslommeringen een plek krijgen.
Ook voor curriculumbewustzijn werkt het beeld van de vaas goed. Het maakt meteen helder wat het grote risico is, wanneer je de nieuwe kerndoelen primair aanvliegt vanuit het microniveau van leerlijnen en overzichten met leerdoelen per leerjaar en domein. Je besteedt dan veel te veel tijd aan zand en kiezels, en de grote onderwijsdoelen die je echt belangrijk vindt raken daardoor uit het oog.
Dat heeft effect op de leraar: die blijft kampen met overvolle lessen en ervaart continu gebrek aan ruimte voor verdieping en inspelen op verschillen tussen kinderen. En het heeft effect op leerling: die krijgt niet het samenhangende en betekenisvolle onderwijs dat de kerndoelen voorschrijven en gaat niet beter leren.
Zo zou het kunnen werken
Ik werk het beeld van de keien, kiezels en stenen globaal uit voor een van de kerndoelen voor mens en natuur in het primair onderwijs. Geactualiseerd kerndoel 29 luidt: De leerling verkent de wereld vanuit natuurwetenschappelijk en technologisch perspectief. Een passende grote kei bij dit kerndoel is bijvoorbeeld: hoe kunnen technologieën de wereld verbeteren?
Vervolgens kies je hier een context en deelvragen bij – de kiezels. Die maken de grote vraag concreet en prikkelend voor een specifieke groep leerlingen. Bijvoorbeeld voor leerlingen in groep 7-8: ‘Smart home: ontwerp een slim gadget waardoor jij fijner woont.’
Vanuit deze kei en kiezels liggen de leerdoelen – het zand – voor het oprapen: denk aan een slimme technologie beschrijven, experimenteren met een zelfdenkend homesystem, uitleggen hoe een gadget energie bespaart of nadelen benoemen.
Het resultaat? Leerlingen snappen wat de lessen met hen te maken hebben. Ze begrijpen wat de betekenis en het nut is van de leerdoelen en gaan daardoor beter leren.
Als leraar heb je bovendien overzicht en regie. Je stuurt op de essentie: of alle leerlingen de grote vraag en de deelvragen beantwoorden uit de specifieke contexten. Daarbij monitor je primair op de leerdoelen die nodig zijn om die te beantwoorden. Leerdoelen die dat niet zijn, zijn nice to have, en uitstekend geschikt om leerlingen met meer behoefte aan uitdaging mee te prikkelen.
“Geen overladen programma, geen keurslijf, maar ruimte en houvast om te doen waarvoor leraren het onderwijs in zijn gegaan: kinderen tot bloei brengen.”
Jorien Castelein, onderwijsontwikkelaar en oprichter van Blink
Curriculumbewustzijn als kompas voor beter onderwijs
Via deze aanpak krijgen leerdoelen meer samenhang en dragen ze bij aan een groter verhaal. Curriculumbewustzijn werkt zo als een kompas: het maakt specifiek handelen mogelijk op basis van kennis over leerlingen en schoolcontext.
Met het beeld van de vaas op het netvlies maak je betekenisvolle keuzes: eerst de keien, dan de kiezels en het zand. Geen overladen programma, geen keurslijf, maar ruimte en houvast om te doen waarvoor leraren het onderwijs in zijn gegaan: kinderen tot bloei brengen.
Meer lezen over curriculumbewustzijn en doordacht curriculumontwerp?
SLO
Inspectie van het Onderwijs
- Scholen zijn curriculumbewust, verschil tussen leraren zichtbaar
- Rapport De Staat van het Onderwijs 2026
Ministerie van OCW
- Masterplan basisvaardigheden: Aan de slag met een nieuw curriculum
- Keynotes conferentie OCW Dichtbij 2026, over curriculumontwikkeling en curriculumbewustzijn:
Overig