De kracht vanbeter leren.
Tegenstellingen in het onderwijs helpen niet: het is tijd om te kijken hoe kinderen het best leren
Voor kinderen krijgt leren meer betekenis als zij nieuwe kennis kunnen ervaren, toepassen en bevragen. De Pisa-cijfers alleen volstaan dan ook niet, stelt Jorien Castelein, onderwijsontwikkelaar en oprichter van Blink.
Het Nederlandse onderwijs krijgt opnieuw een harde tik. De nieuwe Pisa-cijfers zijn duidelijk: de leesvaardigheid van 15-jarigen gaat verder achteruit. Bijna 40 procent kan niet goed genoeg lezen om volwaardig mee te doen in de samenleving. Toch staat het onderwijs nu op een kantelpunt, want na bijna twintig jaar zijn er compleet vernieuwde kerndoelen en eindtermen voor alle vakgebieden. Daarmee ligt er een kans om niet alleen te bepalen wat kinderen leren, maar ook hoe ze leren.
De afgelopen maanden sprak ik er schoolbestuurders en schoolleiders over. Hun dilemma is duidelijk: de gehele ontwikkeling van het kind moet centraal staan én de basisvaardigheden moeten op orde zijn. In het onderwijsdebat lijkt het soms alsof we moeten kiezen tussen traditioneel onderwijs, waarin kennis en instructie centraal staan, en onderwijs waarin kinderen vooral zelf ontdekken. Die tegenstelling helpt ons niet verder.
Al in de jaren zestig werd duidelijk hoe belangrijk kennisopbouw, duidelijke instructie en herhaling voor leren zijn. Die inzichten zijn nog altijd relevant. Tegelijkertijd weten we inmiddels veel meer over hoe kinderen leren. De uitdaging is dus niet om het oude weg te gooien, maar om bewezen inzichten te combineren met de nieuwe kennis uit de leerwetenschap.
“De nieuwe kerndoelen bieden de kans om een bredere, wetenschappelijk onderbouwde kijk op leren leidend te maken: kennis en basisvaardigheden als fundament, gecombineerd met nieuwsgierigheid en actieve toepassing.”
Jorien Castelein, onderwijsontwikkelaar en oprichter van Blink
Kennis blijft de basis. Maar kennis krijgt meer betekenis wanneer kinderen haar kunnen toepassen, bevragen en ervaren. Onze hersenen voorspellen voortdurend wat er gebeurt. Als iets anders gaat dan verwacht, ontstaat de vraag: ‘Huh, waarom gebeurt dit?’ Daar begint nieuwsgierigheid. Daar begint leren, op het puntje van je stoel.
Geef kinderen bij wijze van spreken een Mars en een Snickers en duw ze tegen elkaar. De Mars verfrommelt tot een bergje, de Snickers blijft grotendeels intact. Ineens ervaren ze wat er gebeurt als aardplaten botsen. Ze begrijpen niet alleen wat er gebeurt, maar waarom. Meer oefenen is daarom niet automatisch de oplossing. Alleen zelf ontdekken is dat evenmin.
Strafschoppen
De Pisa-cijfers zijn belangrijk, maar niet bepalend. Ze tonen dat er werk aan de winkel is. Tegelijk laat niet alles wat kinderen leren zich in een cijfer vangen. Een voetballer wordt ook niet alleen beoordeeld op strafschoppen. Voetballen leer je door techniek, kijken, reageren, samenspel en door beslissingen nemen.
De nieuwe kerndoelen bieden de kans om een bredere, wetenschappelijk onderbouwde kijk op leren leidend te maken: kennis en basisvaardigheden als fundament, gecombineerd met nieuwsgierigheid en actieve toepassing.
Voor scholen komt het neer op de vertrouwde multiplechoicevraag:
A. Terug naar traditioneel onderwijs.
B. Leerlingen veel vrijheid geven en vertrouwen dat leren vanzelf volgt.
C. Kiezen voor de wetenschappelijk onderbouwde combinatie van kennis, basisvaardigheden, nieuwsgierigheid en actieve toepassing.
Het goede antwoord is duidelijk. Het ergste is antwoord D: geen keuze maken.