Directe instructie ofonderzoekend leren?
Nieuwsgierigheid prikkelen of kennis ontwikkelen? Het moet en kan allebei!
Wie Blink een beetje kent, weet het: in onze lesontwerpen kiezen we bewust voor een rijke, onderzoekende didactiek. Prikkelend en inspirerend! Al jarenlang woedt er een vrij hardnekkige discussie in onderwijsland tussen aan de ene kant de pleitbezorgers van ‘kennisrijk’ onderwijs en aan de andere kant degenen die geloven in de kracht van nieuwsgierigheid als motor van het leren. De Staat van het Onderwijs die deze week is verschenen doet deze hopeloos onvruchtbare discussie weer oplaaien.
Voorstanders van onderzoekend en ontdekkend leren betogen dat kinderen pas iets leren als ze zich betrokken voelen bij de les, als hun nieuwsgierigheid aangewakkerd wordt – terwijl verdedigers van kennisrijk onderwijs zich focussen op het cruciale belang van kennisoverdracht, voornamelijk via directe instructie. Zij betogen dat kinderen die weinig achtergrondkennis hebben, het risico lopen te ‘verdwalen’ als ze hun eigen nieuwsgierigheid volgen.
In deze discussie hebben beide stromingen een punt! Ze vergeten echter één ding: het is niet of-of, maar én-én. Met directe instructie en kennis alleen doe je leerlingen tekort. Kennis groeit pas als kinderen ruimte krijgen om zelf na te denken. Juist daarom draagt onderzoekend leren bij aan een rijke kennisbasis.
De valkuil van enkelzijdige directe instructie
Laat ik nog eens wat preciezer kijken naar directe instructie. Specifiek voor EDI (het model voor expliciete directe instructie) geldt dat het snel en efficiënt lijkt: als leerkracht kun je via een gestructureerde aanpak meer onderwerpen in korte tijd behandelen. De leerkracht houdt koers via gerichte vragen en zet herhaling en oefening structureel in. Gedegen, maar ook smal, en voornamelijk cognitief.
En de leerling? Tsja, dan kom ik direct op het risico van eenzijdige directe instructie: de leerlingen zijn passief, er is weinig ruimte voor hun natuurlijke nieuwsgierigheid, de leraar bepaalt het tempo en de relevantie van de lesstof. Veel EDI-lessen bieden leerlingen maar één invalshoek, en dagen kinderen daardoor niet op het hoogste denkniveau uit. Met ook als gevolg dat de lessen snel saai worden voor leerlingen.
Actief leren: leerlingen uitdagen om diep na te denken
Onderzoekend leren daagt leerlingen steeds uit hun brein in te zetten, op zoek te gaan naar antwoorden op een vraag. Hoe vervoeren wij ons over 30 jaar? Hoe overleef je op aarde? Dat soort vragen raakt aan hun natuurlijke nieuwsgierigheid en zorgt voor haakjes waar nieuwe kennis bij aan kan sluiten. Leerlingen oefenen hogere orde vaardigheden en zijn uiteindelijk in staat om de kennis die ze opdoen te gebruiken in verschillende contexten. Kinderen leren denken in plaats van alleen onthouden.
Juist zo’n onderzoekende manier van leren creëert een stevige kennisbasis en bouwt die steeds verder uit. De beide leerstrategieën zijn geen tegenpolen: samen brengen ze leerlingen verder.
“Kennis groeit pas als kinderen ruimte krijgen om zelf na te denken. Juist daarom draagt onderzoekend leren bij aan een rijke kennisbasis.”
Jorien Castelein, onderwijsontwikkelaar & oprichter van Blink
Slim combineren tot een hybride model
Onderzoekend leren en directe instructie hebben elkaar nodig. Deze conclusie haal ik ook uit de reviewstudie van Ton de Jong en collega’s (2023). Hun studie bespreekt hoe beide strategieën in verschillende situaties effectief kunnen zijn. Wat ik daar lees? Onderzoekend leren helpt leerlingen verbanden te leggen en de kern van wat ze leren beter te begrijpen, zorgt voor motivatie en maakt het voor leerlingen makkelijker om kennis te gebruiken in nieuwe situaties.
Directe instructie kan een brug slaan voor leerlingen die bepaalde kennis ontberen, wint het op efficiëntie, is handig voor het aanleren van procedures. Geen tegenstelling tussen onderzoekend leren en directe instructie dus. Juist door de aanpakken slim te combineren zijn ze het meest effectief, concluderen de onderwijskundigen in hun artikel Let’s talk evidence.
De crux: onderzoekend leren en een rijke kennisbasis samen
Nu lees ik in die reviewstudie van De Jong en collega’s nog geen concrete voorstellen hoe dit te doen. Is combineren makkelijker gezegd dan gedaan? Toch is dat precies de uitdaging waar je als leerkracht en ook als onderwijsontwikkelaar voor staat. In de praktijk zie ik op scholen dat leraren al vaak directe instructie of aspecten uit EDI combineren met onderzoekend leren. Zij weten intuïtief op welk moment leerlingen extra steun nodig hebben, een extra stapje moeten zetten voordat ze verder op zoek kunnen naar antwoorden op een centrale vraag.
En wij? Als onderwijsontwikkelaars ontwerpen wij een lesmodel dat flexibele mogelijkheden heeft, dat leerkrachten naar hun hand kunnen zetten. Wat daarbij dan de uitgangspunten zijn? Ik zet ze even op een rijtje:
- Een vraaggestuurde aanpak op basis van rijke thema’s uit de echte wereld zorgt voor nieuwsgierigheid en betrokkenheid;
- Een cumulatief curriculum met consequente herhaling, zodat de leraar kan voortbouwen op een gedeelde kennisbasis;
- Het consequent activeren en delen van voorkennis, want daardoor zijn leerlingen minder afhankelijk van de kennis die ze van huis uit meekrijgen;
- Ruimte voor verbeelding en verwondering, die kinderen aanzet steeds nieuwe vragen te stellen;
- Nieuwe kennis bouwt steeds voort op eerdere kennis, via geleide stappen die ervoor zorgen dat leerlingen niet overvraagd worden, en die altijd uitkomen bij het verankeren van kennis;
- En de leerkracht krijgt de professionele rol die past bij het aansturen van het leerproces en het maken van keuzes.
Onderzoekend leren anno 2026 is rijk onderzoekend leren dat kinderen – álle kinderen! – actief ondersteunt in het uitbreiden van kennis. Met kennis van de wereld als basis en nieuwsgierigheid als drijvende kracht. Geen keuze, geen of-of, maar the best of both worlds. Want samen vormen ze de basis van diep leren.
Bronnen
De Jong, T., et al. (2023). Let’s talk evidence: The case for combining inquiry-based and direct instruction. University of Twente.
Overzichtsartikel Nationaal Kennisinstituut Onderwijs over EDI (2025).